Leefbaarheidsgroep Kerkeveld

De leefbaarheidsgroep (LBG)


Met welke concrete zaken houden Leefbaarheidsgroepen zich bezig?

Het zal duidelijk zijn dat het zwaartepunt van wijk tot wijk anders kan liggen, en dat er verschillen zijn tussen dorpen en wijken. Veel besproken onderwerpen zijn:
Werkgelegenheid, inkomen en bedrijven. Dit is de “sociale inkomenssituatie”. Het is iets waar Leefbaarheidsgroepen weinig invloed op kunnen uitoefenen, hoewel het, vooral in de dorpen, wel van groot belang kan zijn voor de leefbaarheid.

Welzijn en bevolking. De “omgang tussen mensen onderling”. Ook dit is iets, als je het hebt over: hoe gaan mensen met hun buren om, hoe prettig voelen ze zich, waarop Leefbaarheidsgroepen beperkt invloed hebben. Aan de andere kant is het wel degelijk een kwestie van Leefbaarheid, bijvoorbeeld als je het hebt over overlast van jongeren, vergrijzing, veel jonge gezinnen en te weinig schoollokalen.

Voorzieningen. Daarmee kom je bij de voorzieningen (winkels, sport, scholing, cultuur etc.). Zijn er voldoende voorzieningen in de wijk of het dorp, voldoen ze (nog)? Hierbij hebben Leefbaarheidsgroepen soms te maken met de Gemeente, soms ook met anderen (zoals woningstichtingen, schoolbesturen).

Ruimtelijke ordening en wonen. Wat voor woningen worden gebouwd of afgebroken of gerenoveerd? Voor welke groepen zijn die bedoeld? Wat betekent dat voor de samenstelling van wijk of dorp? Hoe zit het met de “fysieke woonomgeving”: verkeer en vervoer, groenvoorzieningen, milieu? Dit is een belangrijk domein voor de Leefbaarheidsgroepen.

Van concrete onderwerpen of projecten bepaalt de gemeente hoe belangrijk ze zijn voor de leefbaarheid in een wijk of dorp en óf, wanneer en hoe de Leefbaarheidsgroepen erbij moeten worden betrokken.

Enkele voorbeelden:

1. Grote structuurplannen. Het gaat hierbij om zaken die de hele Gemeente of meerdere wijken of dorpen aangaan. Bijvoorbeeld het gemeentelijke onderwijsbeleid; jongerenbeleid; groenstructuur; verkeersplan; bestemmingsplan.

2. Uitvoeringsplannen voor een wijk of dorp. Bijvoorbeeld komt er een nieuwe school of jongerencentrum; hoe gaan we de verlichting aanpakken.

3. Wijk- en of dorpsvoorzieningen en invulling c.q. wijziging van de bestemming. Voor een wijk of dorp of voor een deel daarvan. Bijvoorbeeld: waar komt de nieuwe school; komen er hangplekken voor de jeugd en waar komen die.

4. Straatplannen. Plannen die invloed hebben op één straat. Bijvoorbeeld: aanleggen van parkeerplaatsen voor de nieuwe school; voetpad afsluiten voor scooters.

5. Details invullen of uitvoeren. Dit zijn zaken die klein zijn en niet zoveel invloed hebben op de omgeving. Bijvoorbeeld: het bijhouden van groen rond de speelplaats van de school; troep opruimen of afvalbakken plaatsen bij plekken waar jeugd samenkomt.

Kortom: heel veel zaken hebben te maken met de leefbaarheid in een wijk of buurt. Er wordt soms (bij de punten 2, 3 en 4) advies gevraagd aan de leefbaarheidsgroep. Soms echter wordt de leefbaarheidsgroep alleen geïnformeerd.

 

 



Bron: Gemeente Wijchen 

 

Opmerking: De Leefbaarheidsgroepen zetten zich in voor de gezamenlijke belangen van de bewoners van wijken en dorpen met als doel de leefbaarheid te bevorderen. De gemeente heeft eveneens het doel de leefgebieden te optimaliseren en vindt daartoe regelmatig contact met bewoners wenselijk. De Leefbaarheidsgroepen zijn de vertegenwoordiging van de bewoners en daarom een belangrijke gesprekspartner van de gemeente. De Leefbaarheidsgroepen hebben regelmatig overleg met de gemeente.